Jaap Melessen
Jaap Melessen is een groot Elvis-fan en een van de vaste experts binnen onze Facebookgroep Elvis Nederland. Al jarenlang is hij zeer actief binnen de Elvis-community en nauw betrokken bij de organisatie van uiteenlopende Elvis-evenementen. Zijn kennis, enthousiasme en inzet maken hem tot een vertrouwd en gewaardeerd gezicht binnen de Nederlandse Elvis-wereld.
Eens per 2 weken presenteert Jaap samen met Harry Ettema het radioprogramma “Elvis Experience” op RTV NOF – Noordoost Friesland. In dit programma komen niet alleen de mooiste Elvis-nummers voorbij, maar vooral ook de verhalen achter de muziek. Met regelmaat deelt Jaap bijzondere weetjes en details die vooral bekend zijn bij de echte die-hard fans — precies die kleine nuances die Elvis zo fascinerend maken.
Jaap raakt nooit uitgepraat als het over zijn grote passie Elvis Presley gaat. Zijn liefde voor de muziek, de mens achter The King en de rijke geschiedenis daaromheen is aanstekelijk. Juist daardoor zijn zijn columns, bijdragen en verhalen altijd de moeite waard om te lezen én om naar te luisteren.
Met zijn kennis, betrokkenheid en enthousiasme draagt Jaap Melessen op een bijzondere manier bij aan het levend houden van Elvis’ nalatenschap in Nederland — niet alleen voor de doorgewinterde fan, maar ook voor nieuwe generaties liefhebbers.


Moviestar
In de zomer van 1978 ging ik als twaalfjarige voor het eerst naar een ‘echte’ film. Eerder had mijn vader mij wel eens meegenomen naar een film over Dik Trom in een achterafzaaltje in Assen, maar dit was andere koek. Ik mocht met mijn oudere broer en zijn ‘vriendin’ naar Grease, met John Travolta als Danny Zuko en Olivia Newton-John als Sandy Olsson, in een échte bioscoop! Het beeld van Olivia in een strakke zwarte leren broek is me nog lang bijgebleven.
John Travolta was cool. Net als Elvis Presley, mijn grote idool, die ik als tienjarig jochie voor het eerst op de radio hoorde in de eerste maanden van 1977. ‘Moody Blue’ was het eerste nummer dat écht mijn aandacht trok. Kort daarna stierf The King in de badkamer van zijn geliefde Graceland en was er geen houden meer aan. Dat Elvis, net als John Travolta, ook acteur was wist ik, maar ik had nog nooit een film van hem gezien. Video’s had je toen nog niet, laat staan dvd’s, Netflix of YouTube. Je was afhankelijk van de Nederlandse omroepen die zo nu en dan een film programmeerden op de twee netten die we konden ontvangen. Ik kan me nog herinneren dat de VARA ooit Love Me Tender uitzond, maar mijn ouders wilden toen liever naar De Mounties kijken.
Elvis wilde een filmster worden, meer dan wat dan ook. Voor zijn diensttijd had hij mooie stappen gezet met Jailhouse Rock en vooral King Creole, waarin hij een rol speelde die ooit was bedoeld voor James Dean, een van zijn grote voorbeelden. Na zijn diensttijd moest Elvis’ droom werkelijkheid worden en alles wijken voor zijn acteerambities. Het draaide uiteindelijk uit op een grote teleurstelling. Het commerciële succes van de films kwam de artistieke kwaliteit niet ten goede. Op Wild in the Country uit 1961, met een prachtige dramatische rol voor Elvis, werd verlies gemaakt en daarmee was het eigenlijk wel gebeurd met de ambities om een serieus acteur te worden. De filmstudio’s zagen Elvis liever in een lichtvoetige film, omringd door mooie meisjes en een dozijn liedjes zingend. En de fans? Die konden er geen genoeg van krijgen.
Ik kan mij Elvis’ frustratie wel voorstellen. Toch waren de meeste films zo slecht nog niet, als je ze in het juiste perspectief plaatst. Blue Hawaii werd een kaskraker en voor Tickle Me ontving Elvis zelfs een Golden Laurel Award voor de beste mannelijke rol in een muzikale film. Eigenlijk was het format niet anders dan bij het door iedereen (nog steeds) bejubelde Grease. Het verschil is dat John Travolta daarna wél meer serieuze rollen kreeg aangeboden, die van hem een gevierd en gerespecteerd acteur maakten. Vergelijk bijvoorbeeld Pulp Fiction maar eens met Grease en je ziet wat ik bedoel.
In 1969 werd met Charro! nog eenmaal geprobeerd een serieuze western, in de beste Clint Eastwood-traditie, te maken. Ook dit liep uit op een teleurstelling, omdat de filmkeuring alle controversiële vecht- en blootscènes schrapte, tot grote frustratie van iedereen die bij de film was betrokken. Toch kreeg Elvis nog één kans toen Barbra Streisand in maart 1975 naar Las Vegas vloog om Elvis de mannelijke hoofdrol in de remake van A Star Is Born aan te bieden. Waarom Elvis dit aanbod uiteindelijk niet aannam, is voer voor speculatie. Was het Colonel Tom Parker die de boot afhield omdat de rol van een afgetakelde superster de werkelijkheid wel erg dicht benaderde? Of was het Elvis zelf, die ertegen opzag de rol te spelen en zijn manager de opdracht gaf zulke hoge eisen te stellen dat Streisand niets anders restte dan een ander voor de rol te vragen? We zullen het nooit weten, maar feit is dat Elvis’ vervanger, Kris Kristofferson, een Golden Globe won voor zijn rol. Een eer die Elvis in 1972 ten deel was gevallen met zijn concertfilm Elvis on Tour, waarin hij laat zien wat hij het beste kon: de wereld entertainen met zijn enorme charisma en geweldige stem. Met Elvis on Tour bewees Elvis wel degelijk een moviestar te zijn, al is het in de brede zin van het woord.
Met EPiC krijgt Elvis, ruim 48 jaar na zijn dood, opnieuw de kans in de bioscoop te laten zien waarom hij The King werd genoemd. Na het succes van de biopic Elvis, die diverse Oscarnominaties ontving, levert EPiC Elvis misschien postuum alsnog zo’n felbegeerd beeldje op. Baz Luhrmann heeft kosten noch moeite gespaard en deuren — van zoutmijnen — geopend die voor zijn biopic over Elvis meer dan een halve eeuw gesloten bleven. De publieke belangstelling kan beter, maar de kritieken zijn in ieder geval unaniem lovend. Wat zou het geweldig zijn als Elvis alsnog de erkenning als acteur krijgt waar hij altijd zo naar gehunkerd heeft.
Nog even terug naar Grease. Jaren nadat ik de film had gezien, las ik dat Elvis bijna een rol in deze film had gespeeld. Producer Allan Carr wilde oorspronkelijk Elvis voor de rol van Danny en Ann-Margret als Sandy. Gezien de fysieke staat van Elvis op dat moment werd daarvan afgezien. Wel kreeg Elvis nog de rol van ‘Teen Angel’ aangeboden, maar dat aanbod sloeg hij af, waarna Frankie Avalon werd gecast. Toch is er een mooie, en tevens wrange, Elvis-referentie in de film te zien in het nummer ‘Look at Me, I'm Sandra Dee’, gezongen door Stockard Channing (Rizzo), met de tekst: “Elvis, Elvis, let me be; keep that pelvis far from me.” Het nummer werd gefilmd op 16 augustus 1977, de dag dat Elvis stierf.
Met EPiC is Elvis al moviestar, dankzij Baz Luhrmann, nu als het ware opnieuw geboren. Elvis is dood. A star is born.


That’s Allright
Recentelijk heb ik een originele 45 toeren persing van ‘That’s Allright (Mama)’op het legendarische SUN label aan mijn verzameling mogen toevoegen. Eén van de ‘Holy Grails’ voor Elvis verzamelaars die mij gegund is door een andere Elvis fan. Helemaal gratis; in the spirit of Elvis. Mijn exemplaar is bovendien bijzonder, in de zin dat deze gedocumenteerd is in het (uitstekende) boek ‘The Sun singles of Elvis – an illustrated guide – ‘ van Warren Schubert. Op pagina 86 en 87 staat mijn single afgebeeld, voor de liefhebber. Maar goed; dat terzijde.
Het verhaal rond ‘That’s Allright, Mama’ en de versie van Elvis zal genoegzaam bekend zijn. Elvis die tijdens een ‘break’ op 5 juli 1954 een snellere versie van de Arthur Crudup blues-klassieker inzet en al snel Bill Black en Scotty Moore hier in meesleept. Hét geluid waar platenbaas Sam Phillips al jaren naar op zoek is wordt bij toeval ontdekt tijdens een break onder het genot van een Pepsi in een, tot dan, moeizame opnamesessie. De eerste en misschien wel laatste opnamesessie van Elvis als hij zich niet tijdens een break even liet gaan.
Nadat een eveneens compleet afwijkende versie van de Bill Monroe bluegrass klassieker ‘Blue Moon Of Kentucky’ op de band was vastgelegd, perste Sam snel een paar acetates van wat de eerste single van Elvis Presley zou worden. SUN 209. Scotty en Bill waren er niet gerust op. Zij beseften maar al te goed dat de opnames verre van ‘standaard’ waren en dat niet iedereen dit zou kunnen waarderen. “They gonna run is out of town!”. Best een risico voor de twee die een eigen gezin hadden te onderhouden; voor Elvis lagen de risico’s wat dat betreft een stuk lager. Hij zag zijn droom om een échte plaat, na een tweetal privéopnames, uit te brengen eindelijk verwezenlijkt worden. Wat kon hem gebeuren als thuiswonende, kansarme, elektricien. Hij had helemaal niets te verliezen…
Sam bracht op 7 juli, twee dagen na de opname, een acetate naar een bevriende DJ, Dewey Phillips (geen familie), en vroeg hem het plaatje te draaien in zijn populaire ‘Red Hot and Blue’radioshow op het lokale radiostation WHBQ. Sam had Dewey met zorg uitgekozen. Er luisterden veel jongeren naar zijn show, zowel blank als zwart. Exact de doelgroep waar Sam op aasde. Elvis vluchtte naar de bioscoop om zijn radiodebuut maar niet te hoeven horen, bang om uitgelachten te worden. Hij had zich geen zorgen hoeven te maken. Dewey heeft ‘That’s Allright’ die avond meermalen gedraait, sommige bronnen spreken van 7 tot zelfs 10 maal, omdat iedereen de plaat geweldig vond!
Wat de meeste Elvis fans echter niet weten, is dat Dewey de primeur eigenlijk niet had! Een paar uur eerder had DJ Fred Cook van WREC-AM, dat vanuit het beroemde Peabody hotel uitzond, het plaatje in handen gedrukt gekregen van Marion Keisker. Marion, de assistente van Sam en feitelijk de ontdekker van Elvis, werkte als ook als DJ voor hetzelfde station. Fred, die in de jaren ’60 en ’70 samen met John Powell mateloos populair werd met ‘The Zero Hour’, had veel respect voor Marion en vertrouwde haar instincten als het om het ontdekken van nieuwe muziek aankwam. Toen Marion hem vroeg het plaatje van een nieuw jong en lokaal talent te draaien, twijfelde hij geen moment. Hij legde de plaat op de draaitafel en speelde het op de radio, zonder het vooraf beluisterd te hebben. Na een kleine minuut draaide Fred de plaat vol afgrijzen weg. “That's the worst s--t I've ever heard," riep hij uit, waarna hij aangaf dat deze artiest "no future" zou hebben.
Fred zal zich tot de dag van zijn dood op 8 december 2008 nog wel eens achter zijn oren hebben gekrabd hoe hij het zo mis kon hebben, in 1954. Ach… ook de grootste DJ’s kunnen het soms mis hebben. Elvis had er geen probleem mee en ik ook niet; That’s Allright…