Jaap Melessen

Jaap Melessen is een groot Elvis-fan en een van de vaste experts binnen onze Facebookgroep Elvis Nederland. Al jarenlang is hij zeer actief binnen de Elvis-community en nauw betrokken bij de organisatie van uiteenlopende Elvis-evenementen. Zijn kennis, enthousiasme en inzet maken hem tot een vertrouwd en gewaardeerd gezicht binnen de Nederlandse Elvis-wereld.

Eens per 2 weken presenteert Jaap samen met Harry Ettema het radioprogramma “Elvis Experience” op RTV NOF – Noordoost Friesland. In dit programma komen niet alleen de mooiste Elvis-nummers voorbij, maar vooral ook de verhalen achter de muziek. Met regelmaat deelt Jaap bijzondere weetjes en details die vooral bekend zijn bij de echte die-hard fans — precies die kleine nuances die Elvis zo fascinerend maken.

Jaap raakt nooit uitgepraat als het over zijn grote passie Elvis Presley gaat. Zijn liefde voor de muziek, de mens achter The King en de rijke geschiedenis daaromheen is aanstekelijk. Juist daardoor zijn zijn columns, bijdragen en verhalen altijd de moeite waard om te lezen én om naar te luisteren.

Met zijn kennis, betrokkenheid en enthousiasme draagt Jaap Melessen op een bijzondere manier bij aan het levend houden van Elvis’ nalatenschap in Nederland — niet alleen voor de doorgewinterde fan, maar ook voor nieuwe generaties liefhebbers.

De magie van de lakplaat

Voor verzamelaars zoals ik, is de jacht op het ultieme heilige graal-object soms een obsessie. Wat die heilige graal dan precies is, is voor iedere fan weer anders. De één gaat voor een originele handtekening of een echte SUN, terwijl een andere fan juist weer heel blij kan worden van die originele ‘Hound Dog’ knuffel of strohoed die tijdens Elvis’ concerten in Las Vegas als merchandise werden verkocht. 

Mij spreekt een unieke acetate, ook wel lakplaat genoemd, het meest tot de verbeelding. Een ‘proefpersing’ die voor bepaalde doeleinden in kleine aantallen werd gemaakt, vooruitlopend op de commerciële productie. Denk aan de legendarische eerste opname van een achttienjarige Elvis Presley bij Sun Records in 1953 (‘My Happiness’), die in 2015 door zanger Jack White voor een duizelingwekkende $300.000 op een veiling werd gekocht. Een unieke, vluchtige momentopname van de muziekgeschiedenis. Een ‘one off’, in dit geval een privé opname om thuis te beluisteren en niet bedoeld voor commerciële release. Ongelooflijk dat deze opname bewaard is gebleven en wat jammer dat deze niet gewoon in de permanente collectie van Graceland is opgenomen, zodat hij voor een ieder te zien is. 

Graceland heeft in januari 2024 wél bekend gemaakt dat zij een originele 10-inch acetate van ‘That’s All Right, Mama’ hebben aangekocht. Het gaat hier bovendien ook nog eens om het legendarische, enkelzijdige 78-toeren exemplaar dat producer Sam Phillips in juli 1954 aan radio-dj Dewey Phillips (geen familie) gaf, die het vervolgens grijs draaide op het radiostation WHBQ en zo de carrière van Elvis Presley lanceerde. Hoewel er bij bekende verzamelaars de nodige twijfels zijn gerezen over de authenticiteit van de plaat, is Graceland zelf duidelijk: dit is the real deal! Ik ben geneigd dat te geloven, al is het alleen maar omdat deze plaat natuurlijk op Graceland thuishoort. 

Dat er twijfels zijn over de authenticiteit van de acetate van ‘That’s All Right, Mama’, is overigens niet zo gek. Waar veel geld stroomt, bloeit tenslotte de misdaad. Beruchte vervalsers, zoals de Texaan Darryl Jeffrey Menkin, hebben de afgelopen jaren de markt overspoeld met geraffineerde ‘modern copy’ acetates. Wie niet oppast, koopt voor duizenden euro's een met koffie besmeurde nepplaat die vorige week nog in een schuurtje is gesneden. 

De acetate Een echte vintage acetate is géén vinylplaat. Het is een schijf van aluminium, of soms van glas, die is overgoten met een flinterdunne laag nitrocellulose-lak (lacquer). Vnadaar ook de naam ‘lakplaat’. Omdat ze zwaarder zijn dan vinylplaten, vallen ze direct op. Kijk altijd naar het middengat of de buitenrand: bij een echte acetate zie je daar het zilverkleurige aluminium onder de zwarte lak glinsteren. Een acetate op glas, kenmerkt zich vaak door een rode gloed als gevolg van de gebruikte chemicaliën in het productieproces. Veel vervalsingen worden met een moderne snijbeitel (lathe) simpelweg in blanco stukken zwart vinyl gesneden, of er worden nep-labels op goedkope platen geplakt. Mist de zware aluminium kern of glas? Dan is het foute boel. Verder kun je vervalsingen herkennen aan de matrixnummers in de dead-wax, de uitloopgroeven en de (verkleuring van de) labels. Maar goed; dat is slechts een column en geen college. 

Studio-acetates versus Fabrieks-acetates Een cruciale fout die vervalsers vaak maken, is het verwarren van de stappen in het productieproces. Er is namelijk een groot verschil tussen een plaat die uit de opnamestudio komt en een plaat uit de perserij. 

Studio-acetates werden direct na een opnamesessie in de opnamestudio (zoals Sun Studio’s of de RCA-studio's) gesneden. Ze waren uitsluitend bedoeld voor Elvis zelf, zijn manager Colonel Tom Parker of de producer om te horen hoe de mix klonk. Ze bevatten vrijwel altijd handgeschreven labels van de studio zelf (vaak slordig ingevuld) en bevatten per definitie muziek van één en dezelfde artiest. 

Fabrieks-acetates moet je zien als een ‘blauwdruk’. Voordat een fabriek duizenden vinylplaten gaat persen, snijdt de mastering engineer een lakplaat die naar de fabriek gaat om de metalen stampers (de mallen) van te maken. Dit zijn de zogenaamde master lacquers. Deze platen hebben fabriekscodes in de uitloopgroef gekrast en zijn bijna nooit bedoeld voor promotie of om naar te luisteren; ze waren een puur technisch tussenproduct. 

Het mysterie van de afwijkende artiesten: de testpersingen Vervalsers proberen kopers vaak te lokken met 'unieke' vondsten: een acetate met op kant A een zeldzame outtake van Elvis Presley en op kant B een nummer van een obscure country-artiest. Hun claim? ‘Een unieke interne studiotest!’ Trap er niet in! In een opnamestudio werd zoiets nooit gedaan; studio-tijd en blanco aluminiumschijven waren simpelweg te duur om te verspillen aan zo'n rommelige mix. Als je dus een handgesneden lakplaat (acetate) tegenkomt met twee verschillende artiesten erop, dan heeft een vervalser simpelweg twee MP3-tjes op een moderne lathe gezet om de prijs op te drijven. Een uitzondering hierop is een acetate van ‘Viva Las Vegas’ met op de b-kant ‘The Climb’ van ‘The Jubilee Four’, die een goede vriend van mij in zijn collectie heeft. Maar goed; dat nummer zat natuurlijk ook gewoon in de film en dan is een dergelijke combinatie goed te verklaren. 

Waar dit fenomeen verder wél kon voorkomen, was in de grote persfabrieken, zoals die van DECCA of RCA, tijdens de zogenaamde stamper- en machinetests. Als een fabriek een hydraulische persmachine moest warmdraaien of kalibreren na onderhoud, of als ze een nieuwe metalen stamper wilden testen op fouten, pakten de fabrieksarbeiders wat er op dat moment voorhanden lag. Ze monteerden aan de bovenkant een stamper van Elvis en aan de onderkant een stamper van een heel andere artiest. 

Deze machinetests resulteerden in geperste vinyl (of schellak) testpersingen. Vaak met blanco witte labels en nooit in handgesneden aluminium studio-acetates. Het zijn dus weliswaar geen acetates maar wél extreem zeldzame platen, omdat zij slechts bedoeld waren om de machines te testen en daarna weer werden vernietigd. Behalve dat enkele exemplaar dat de technicus van dienst stiekem mee naar huis nam om zijn vrouw mee te verrassen, natuurlijk… 

Acetates op YouTube Inmiddels heb ik een aantal acetates én een unieke machinetest proefpersing van ‘Loving You’ verzameld. Vindt je het leuk om even een kijkje te nemen? Ga dan naar het kanaal https://www.youtube.com/@JaapSun223. Daarop staan ook een paar vroege promo’s, maar dat is weer een heel ander verhaal. Ook al zo’n heilige graal: als Elvis fan kun je je geld in ieder geval makkelijk kwijt! Maar pas dus altijd op als je een acetate voor veel geld aangeboden wordt. Roep bij twijfel altijd deskundige hulp in om te voorkomen dat je een kat in de zak koopt. Happy hunting!

Casual Love Affair,

Casual Love Affair, Tiger Man en het grootste mysterie uit Elvis' Sun-jaren

Soms zijn het niet de grote gebeurtenissen die de geschiedenis interessant maken, maar juist de kleine raadsels. In de Elvis-wereld zijn er weinig mysteries die zo hardnekkig zijn als die van ‘Casual Love Affair’. Iedere Elvis-fan kent het verhaal van de eerste Sun-opname ‘My Happiness’ van 18 juli 1953 zo langzamerhand wel. Of misschien toch niet helemaal? In de
eerstvolgende uitgave van ‘It’s Elvis Time’ maak ik je aan de hand van een ‘vergeten’ historische bron deelgenoot van een sensationeel detail dat tot nog toe bij slechts weinig fans bekend is. Leuke cliffhanger, maar dat is dus voor later. In deze column
maken we de stap naar Elvis' tweede én vermeende derde privé-opname, en dan wordt de geschiedenis helemaal troebel. Daar begint een fascinerende zoektocht langs verloren acetaten, onbetrouwbare herinneringen en misschien zelfs naar een verdwenen opname van ‘Tiger Man’.


De verdwenen titel
Decennialang is aangenomen dat Elvis op 4 januari 1954 voor een tweede keer naar de Memphis Recording Service toog om twee nummers op te nemen: ‘I'll Never Stand In Your Way’ en ‘Casual Love Affair’. Dat verhaal is eindeloos herhaald in boeken, tijdschriften en door fanclubs. Vervolgens gebeurde iets opmerkelijks. Toen de lang zoekgeraakte acetate uiteindelijk opdook, bleek de tweede titel helemaal geen ‘Casual Love Affair’ te zijn, maar ‘It Wouldn't Be The Same Without You’!

Daarmee leek een mysterie te zijn opgelost, maar eigenlijk begon het toen pas. Want als ‘Casual Love Affair’ niet op die acetate stond, waar kwam die titel dan vandaan? Was dit een fout uit het verleden die een eigen leven was gaan leiden Sommige onderzoekers vermoeden dat iemand ooit een tekstregel verkeerd heeft verstaan en vervolgens een niet bestaande titel heeft genoteerd. Die theorie klinkt aannemelijk is
daarna dan ook tientallen jaren overgenomen door andere auteurs. 

Toch wringt er iets. De titel ‘Casual Love Affair’ dook namelijk al verrassend vroeg op in publicaties uit de jaren vijftig, zoals in het eerst Amerikaanse fanmagazine ‘Elvis Presley Speaks!’ uit 1956. Dat maakt het lastig om het hele verhaal af te doen als een simpele vergissing. Bovendien bestaat er een ontvangstbewijs van 5 juni 1954 dat erop wijst dat Elvis mogelijk nóg een privé-opname heeft laten maken. De inhoud van die acetate, die slechts een maand voor de beroemde ‘That’s Allright, Mama’ sessie zou zijn opgenomen, is onbekend. Verschillende onderzoekers hebben gespeculeerd dat hier misschien de oorsprong van ‘Casual Love Affair’ gezocht moet
worden.

De juni-acetate
Juist die vermeende sessie van juni 1954 maakt het verhaal zo spannend. Van de opname zelf ontbreekt ieder spoor, maar het ontvangstbewijs suggereert dat Elvis wederom twee nummers liet opnemen en dat hij de acetate enkele dagen later kwam ophalen. Wat daarop stond, weten we niet. Sommige onderzoekers hebben gesuggereerd dat een van die nummers mogelijk ‘Casual Love Affair’ was. Anderen vinden daarvoor onvoldoende bewijs. En dat tweede nummert dan? Zou dat wellicht ‘Tiger Man’ kunnen zijn? Tijdens zijn eerste engagement in Las Vegas in 1969 speelde Elvis dit nummer, oorspronkelijk opgenomen door Rufus Thomas in 1953, immers regelmatig waarbij hij het introduceerde met de opmerking dat dit de tweede plaat of tweede opname was die hij ooit had gemaakt.

Daarmee ontstond een nieuw raadsel. Want in de bekende Sun-documentatie uit 1954 komt ‘Tiger Man’ nergens voor. Dus wat bedoelde Elvis? Vergiste hij zich? Dat zou natuurlijk heel goed kunnen. In 1969 was het immers alweer vijftien jaar geleden
dat Elvis zijn eerste opnamen bij Sam Phillips maakte. Herinneringen vervagen. Elvis gaf vaker interviews waarin details over zijn vroege carrière niet exact overeenkwamen met wat later uit documenten bleek. Of is het nummer inderdaad
terug te vinden op de (nog) niet teruggevonden acetate? En dan misschien wel als B- kant van ‘Casual Love Affair’? Dan zouden alle mysteries in één klap opgelost zijn! 

Het probleem is echter dat er geen enkel tastbaar bewijs voor bestaat. Geen acetate, geen logboek, geen getuigenverklaring uit 1954 die deze gedachte ondersteunt. Op dit moment is het vooral een aantrekkelijke mogelijkheid. Niet meer dan dat. 

Het mooie van een onopgelost mysterie
De meeste hoofdstukken uit Elvis' carrière zijn inmiddels tot in detail onderzocht. We weten waar hij woonde, wat hij opnam, wanneer hij tourde, in welke auto's hij reed en welke vrouwen hij lief had. Maar ergens in de schaduw van Sun Studio hangt nog
steeds een vraagteken. Bestond ‘Casual Love Affair’ werkelijk? Moet er nog ergens een acetate zijn waarop een jonge Elvis Tiger Man zingt? Of zijn fans al ruim zeventig jaar bezig een spook na te jagen dat nooit heeft bestaan? 

Totdat er ergens op een zolder, in een vergeten la of in een onbekende privécollectie een oude MRS-acetate opduikt, zullen we het antwoord waarschijnlijk niet weten. En misschien is dat juist wat dit kleine stukje Elvis-geschiedenis zo onweerstaanbaar maakt. Het is een mooie gedachte dat zelfs rond de meest onderzochte artiest ter wereld nog steeds geheimen bestaan. Dát zorgt ervoor dat fans zoals u en ik
hongerig blijven en dromen van een onbekende Heilige Graal.

Moviestar

In de zomer van 1978 ging ik als twaalfjarige voor het eerst naar een ‘echte’ film. Eerder had mijn vader mij wel eens meegenomen naar een film over Dik Trom in een achterafzaaltje in Assen, maar dit was andere koek. Ik mocht met mijn oudere broer en zijn ‘vriendin’ naar Grease, met John Travolta als Danny Zuko en Olivia Newton-John als Sandy Olsson, in een échte bioscoop! Het beeld van Olivia in een strakke zwarte leren broek is me nog lang bijgebleven.

John Travolta was cool. Net als Elvis Presley, mijn grote idool, die ik als tienjarig jochie voor het eerst op de radio hoorde in de eerste maanden van 1977. ‘Moody Blue’ was het eerste nummer dat écht mijn aandacht trok. Kort daarna stierf The King in de badkamer van zijn geliefde Graceland en was er geen houden meer aan. Dat Elvis, net als John Travolta, ook acteur was wist ik, maar ik had nog nooit een film van hem gezien. Video’s had je toen nog niet, laat staan dvd’s, Netflix of YouTube. Je was afhankelijk van de Nederlandse omroepen die zo nu en dan een film programmeerden op de twee netten die we konden ontvangen. Ik kan me nog herinneren dat de VARA ooit Love Me Tender uitzond, maar mijn ouders wilden toen liever naar De Mounties kijken.

Elvis wilde een filmster worden, meer dan wat dan ook. Voor zijn diensttijd had hij mooie stappen gezet met Jailhouse Rock en vooral King Creole, waarin hij een rol speelde die ooit was bedoeld voor James Dean, een van zijn grote voorbeelden. Na zijn diensttijd moest Elvis’ droom werkelijkheid worden en alles wijken voor zijn acteerambities. Het draaide uiteindelijk uit op een grote teleurstelling. Het commerciële succes van de films kwam de artistieke kwaliteit niet ten goede. Op Wild in the Country uit 1961, met een prachtige dramatische rol voor Elvis, werd verlies gemaakt en daarmee was het eigenlijk wel gebeurd met de ambities om een serieus acteur te worden. De filmstudio’s zagen Elvis liever in een lichtvoetige film, omringd door mooie meisjes en een dozijn liedjes zingend. En de fans? Die konden er geen genoeg van krijgen.

Ik kan mij Elvis’ frustratie wel voorstellen. Toch waren de meeste films zo slecht nog niet, als je ze in het juiste perspectief plaatst. Blue Hawaii werd een kaskraker en voor Tickle Me ontving Elvis zelfs een Golden Laurel Award voor de beste mannelijke rol in een muzikale film. Eigenlijk was het format niet anders dan bij het door iedereen (nog steeds) bejubelde Grease. Het verschil is dat John Travolta daarna wél meer serieuze rollen kreeg aangeboden, die van hem een gevierd en gerespecteerd acteur maakten. Vergelijk bijvoorbeeld Pulp Fiction maar eens met Grease en je ziet wat ik bedoel.

In 1969 werd met Charro! nog eenmaal geprobeerd een serieuze western, in de beste Clint Eastwood-traditie, te maken. Ook dit liep uit op een teleurstelling, omdat de filmkeuring alle controversiële vecht- en blootscènes schrapte, tot grote frustratie van iedereen die bij de film was betrokken. Toch kreeg Elvis nog één kans toen Barbra Streisand in maart 1975 naar Las Vegas vloog om Elvis de mannelijke hoofdrol in de remake van A Star Is Born aan te bieden. Waarom Elvis dit aanbod uiteindelijk niet aannam, is voer voor speculatie. Was het Colonel Tom Parker die de boot afhield omdat de rol van een afgetakelde superster de werkelijkheid wel erg dicht benaderde? Of was het Elvis zelf, die ertegen opzag de rol te spelen en zijn manager de opdracht gaf zulke hoge eisen te stellen dat Streisand niets anders restte dan een ander voor de rol te vragen? We zullen het nooit weten, maar feit is dat Elvis’ vervanger, Kris Kristofferson, een Golden Globe won voor zijn rol. Een eer die Elvis in 1972 ten deel was gevallen met zijn concertfilm Elvis on Tour, waarin hij laat zien wat hij het beste kon: de wereld entertainen met zijn enorme charisma en geweldige stem. Met Elvis on Tour bewees Elvis wel degelijk een moviestar te zijn, al is het in de brede zin van het woord.

Met EPiC krijgt Elvis, ruim 48 jaar na zijn dood, opnieuw de kans in de bioscoop te laten zien waarom hij The King werd genoemd. Na het succes van de biopic Elvis, die diverse Oscarnominaties ontving, levert EPiC Elvis misschien postuum alsnog zo’n felbegeerd beeldje op. Baz Luhrmann heeft kosten noch moeite gespaard en deuren — van zoutmijnen — geopend die voor zijn biopic over Elvis meer dan een halve eeuw gesloten bleven. De publieke belangstelling kan beter, maar de kritieken zijn in ieder geval unaniem lovend. Wat zou het geweldig zijn als Elvis alsnog de erkenning als acteur krijgt waar hij altijd zo naar gehunkerd heeft.

Nog even terug naar Grease. Jaren nadat ik de film had gezien, las ik dat Elvis bijna een rol in deze film had gespeeld. Producer Allan Carr wilde oorspronkelijk Elvis voor de rol van Danny en Ann-Margret als Sandy. Gezien de fysieke staat van Elvis op dat moment werd daarvan afgezien. Wel kreeg Elvis nog de rol van ‘Teen Angel’ aangeboden, maar dat aanbod sloeg hij af, waarna Frankie Avalon werd gecast. Toch is er een mooie, en tevens wrange, Elvis-referentie in de film te zien in het nummer ‘Look at Me, I'm Sandra Dee’, gezongen door Stockard Channing (Rizzo), met de tekst: “Elvis, Elvis, let me be; keep that pelvis far from me.” Het nummer werd gefilmd op 16 augustus 1977, de dag dat Elvis stierf.

Met EPiC is Elvis al moviestar, dankzij Baz Luhrmann, nu als het ware opnieuw geboren. Elvis is dood. A star is born.

That’s Allright 

Recentelijk heb ik een originele 45 toeren persing van ‘That’s Allright (Mama)’op het legendarische SUN label aan mijn verzameling mogen toevoegen. Eén van de ‘Holy Grails’ voor Elvis verzamelaars die mij gegund is door een andere Elvis fan. Helemaal gratis; in the spirit of Elvis. Mijn exemplaar is bovendien bijzonder, in de zin dat deze gedocumenteerd is in het (uitstekende) boek ‘The Sun singles of Elvis – an illustrated guide – ‘ van Warren Schubert. Op pagina 86 en 87 staat mijn single afgebeeld, voor de liefhebber. Maar goed; dat terzijde.

Het verhaal rond ‘That’s Allright, Mama’ en de versie van Elvis zal genoegzaam bekend zijn. Elvis die tijdens een ‘break’ op 5 juli 1954 een snellere versie van de Arthur Crudup blues-klassieker inzet en al snel Bill Black en Scotty Moore hier in meesleept. Hét geluid waar platenbaas Sam Phillips al jaren naar op zoek is wordt bij toeval ontdekt tijdens een break onder het genot van een Pepsi in een, tot dan, moeizame opnamesessie. De eerste en misschien wel laatste opnamesessie van Elvis als hij zich niet tijdens een break even liet gaan. 

Nadat een eveneens compleet afwijkende versie van de Bill Monroe bluegrass klassieker ‘Blue Moon Of Kentucky’ op de band was vastgelegd, perste Sam snel een paar acetates van wat de eerste single van Elvis Presley zou worden. SUN 209. Scotty en Bill waren er niet gerust op. Zij beseften maar al te goed dat de opnames verre van ‘standaard’ waren en dat niet iedereen dit zou kunnen waarderen. “They gonna run is out of town!”. Best een risico voor de twee die een eigen gezin hadden te onderhouden; voor Elvis lagen de risico’s wat dat betreft een stuk lager. Hij zag zijn droom om een échte plaat, na een tweetal privéopnames, uit te brengen eindelijk verwezenlijkt worden. Wat kon hem gebeuren als thuiswonende, kansarme, elektricien. Hij had helemaal niets te verliezen… 

Sam bracht op 7 juli, twee dagen na de opname, een acetate naar een bevriende DJ, Dewey Phillips (geen familie), en vroeg hem het plaatje te draaien in zijn populaire ‘Red Hot and Blue’radioshow op het lokale radiostation WHBQ. Sam had Dewey met zorg uitgekozen. Er luisterden veel jongeren naar zijn show, zowel blank als zwart. Exact de doelgroep waar Sam op aasde. Elvis vluchtte naar de bioscoop om zijn radiodebuut maar niet te hoeven horen, bang om uitgelachten te worden. Hij had zich geen zorgen hoeven te maken. Dewey heeft ‘That’s Allright’ die avond meermalen gedraait, sommige bronnen spreken van 7 tot zelfs 10 maal, omdat iedereen de plaat geweldig vond! 

Wat de meeste Elvis fans echter niet weten, is dat Dewey de primeur eigenlijk niet had! Een paar uur eerder had DJ Fred Cook van WREC-AM, dat vanuit het beroemde Peabody hotel uitzond, het plaatje in handen gedrukt gekregen van Marion Keisker. Marion, de assistente van Sam en feitelijk de ontdekker van Elvis, werkte als ook als DJ voor hetzelfde station. Fred, die in de jaren ’60 en ’70 samen met John Powell mateloos populair werd met ‘The Zero Hour’, had veel respect voor Marion en vertrouwde haar instincten als het om het ontdekken van nieuwe muziek aankwam. Toen Marion hem vroeg het plaatje van een nieuw jong en lokaal talent te draaien, twijfelde hij geen moment. Hij legde de plaat op de draaitafel en speelde het op de radio, zonder het vooraf beluisterd te hebben. Na een kleine minuut draaide Fred de plaat vol afgrijzen weg. “That's the worst s--t I've ever heard," riep hij uit, waarna hij aangaf dat deze artiest "no future" zou hebben. 

Fred zal zich tot de dag van zijn dood op 8 december 2008 nog wel eens achter zijn oren hebben gekrabd hoe hij het zo mis kon hebben, in 1954. Ach… ook de grootste DJ’s kunnen het soms mis hebben. Elvis had er geen probleem mee en ik ook niet; That’s Allright…

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.